. Vorstelijcke warande der dieren : waer in de zeden-rijcke philosophie, poëtisch, morael, en historiael, vermakelijck en treffelijck wort voorgestelt : mit exempelen uyt de oude historien, in prose : ende uytleggingen, in rijm verklaert . onverzienft begint den Noorden windt te ruyiTchen,Int midden vant geboomt: de bloode h^fen kruyfTenHet boom-rijckeycken bolch, en komen aen de kandtVan t drabbige Moras met hoopen Vorfchen ongewoon loofchieHjcke geruchten,Beginnen oock uy tfchrick van dit gewelt te Hajen Capiteyn , riep ftout en onverfaecht,Spitsbroeders wijckt nie


. Vorstelijcke warande der dieren : waer in de zeden-rijcke philosophie, poëtisch, morael, en historiael, vermakelijck en treffelijck wort voorgestelt : mit exempelen uyt de oude historien, in prose : ende uytleggingen, in rijm verklaert . onverzienft begint den Noorden windt te ruyiTchen,Int midden vant geboomt: de bloode h^fen kruyfTenHet boom-rijckeycken bolch, en komen aen de kandtVan t drabbige Moras met hoopen Vorfchen ongewoon loofchieHjcke geruchten,Beginnen oock uy tfchrick van dit gewelt te Hajen Capiteyn , riep ftout en onverfaecht,Spitsbroeders wijckt niet meer, nae niemandcn en vraecht,Ghij ziet wij zijn een fchriek van vreeffelijcke dieren,Waeromme fouden wij de rappe winden vieren ?3, ^t Gaet noch foo alle daegh: wanneer de bloode guyl3, Zijn minder over magh, hij acht hem als een uyl: ,, Hij is {oo in zijn fchick, hij blaeil: ibo uyt zijn darmen,„ Hij kapt drij mannen af met een houw leven , Hij wijckt voor niemand niet, wanneer zijn vijandt vliet,.„ Oan ift een man in c velt, hij vreeft noch acht hem niec.„ Maer als die wederom zijn tanden gaet ontblooten,,,Dan kieft hijtHaelcpadt, loopt voor een ÏIX Warande d^r Dxkren. XI2 T^e 7)raeck en Mphann. SUlcx is den Pliilifleen gebeurt. Want als zij met argÜftigheytSamfon zijn fterckte hadden genomen, doogen uycgefteken ,ende in een meulen deeden malen, hem zeer plagende, tndQ haertijdkortinge van hem maeckten:En d^iZSamfon vermerckte, dateereen groote menighte van Philifleen in haer Afgods Tempel ver-famelt was, foo nam hij voor,dat hij hem aen haer wreeken wildena zijn vermogen; doch wilde niet fterven, of de Philifleen ftor-vcn met hem Grijpt derhalven beyde de pilaeren,daert huys opniftede, cnde doetfe met den Philifteen ter neder vallen , endedoodde alfoo hemfelven ende haer mede. I u d i c u m C a p. 16. CXII. E En eyflelijcken Vrcieck bevocht een Olij?ijant^En heeft hem metter vlucht leer fchricklijck angerant:Omflingerde hem zijn been, en


Size: 1705px × 1466px
Photo credit: © Reading Room 2020 / Alamy / Afripics
License: Licensed
Model Released: No

Keywords: ., bookauthorvondeljoostvanden1, bookdecade1680, booksubjectemblems